Milieu

 

De regeringen welke deelnemen aan de klimaat conferenties in Rio, Kyoto, Den Haag en Bonn, streven naar een emissie reductie van uitstoot van CO2, welke het broeikaseffect veroorzaakt. Verlichting gebruikt ongeveer 15% van de totale elektriciteitconsumptie in de geïndustrialiseerde landen. Om een maximale benutting van de energie besparing op kunstverlichting te bewerkstellingen, en dit zonder hierbij een concessie te doen aan de kwaliteit, ontwikkeld de industrie constant nieuwe producten en systemen welke leiden tot een lager energieverbruik. Een significant deel van de elektriciteitconsumptie in the EU komt voor rekening van fluorescentie. Fluorescentie verlichting heeft verschillende energieverbruiken voor 1 type lamp. De richtlijn 2000/55/EC (OJEC L297 1 November 2000) streeft naar energiebesparing op voorschakelapparaten voor fluorescentie verlichting dit door geleidelijk over te stappen van minder efficiënte naar meer efficiënte voorschakelapparaten. Het voorschakelapparaat, is maar een gedeelte van het vergelijk in energieverbruik. De mate van energie zuinigheid van een fluorescentie armatuur is afhankelijk van de combinatie van voorschakelapparaat en lamp en daarom was het noodzakelijk om een classificatie te ontwikkelen gebaseerd op deze combinatie.


   

De 7 EEI classificaties met gebruik van een 36 W T8 (T26) lamp als voorbeeld.
Klasse omschrijving systeem vermogen in Watt.

D      = magnetische vsa met hoge verliezen  > 45 W
C      = magnetische vsa met matige verliezen  < 45 W
B2    = magnetische vsa met lage verliezen  < 43 W
B1    = magnetische vsa met zeer lage verliezen  < 41 W
A3    = elektronisch vsa  < 38 W
A2    = elektronisch vsa met gereduceerde verliezen  < 36 W
A1    = dimbaar elektronisch vsa   < 38/19 W (at 100% - 25%)

Seriecompensatie

Als er seriecompensatie in combinatie met een voorschakelapparaat wordt toegepast heeft dit de volgende gevolgen, door zijn karakteristieken en toleranties ontstaat er een hogere lampenspanning en daar door een hoger verlies van het voorschakelapparaat. Het opgenomen systeem vermogen van een inductief voorschakelapparaat in combinatie met een seriële condensator kan hierdoor niet binnen de limieten blijven van de Energy Efficiency Index (EEI) zoals gemarkeerd op het voorschakelapparaat. Parallelle condensatoren hebben geen enkele invloed op verliezen van de voorschakelapparaten